Logotherapie helpt me om in verbinding te blijven - ook met mensen met dementie

Waarom ik zo van logotherapie hou? Wel, omdat het me helpt om met een bepaalde blik naar mensen rondom mij te kijken, zoals bijvoorbeeld mensen met dementie. Dementie is een harde diagnose voor de mensen die ermee te maken krijgen. In de eerste plaats voor de persoon zelf, maar zeker en vast ook voor allen die deze persoon graag zien. Afhankelijk van welke vorm van dementie men heeft, treden geheugenverlies, communicatiemoeilijkheden en/of gedragsveranderingen op de voorgrond. Soms spreekt men dan in termen van: “de persoon verdwijnt stilaan” of “er blijft enkel een lege huls over”…  Ik begrijp goed van waar deze uitspraken komen, maar ze doen in mijn aanvoelen niet helemaal recht aan de persoon met dementie. Ze doen ook geen recht aan mijn eigen ervaring met mijn grootmoeder. Mijn oma was al ver gevorderd in haar dementieel proces en écht contact hadden we nog nauwelijks met haar. Op de dag van de begrafenis van mijn grootvader had ik echter een heel bijzondere ervaring met haar. Tijdens de koffietafel gaf ik haar een knuffel. “Wie zijt gij?”, vroeg ze mij. Deze vraag kregen we die maanden wel meer van oma. Zonder grootse verwachtingen antwoordde ik haar: “Ik ben Karen, oma.” Ze keek mij indringend aan, met een blik die ik al lang niet meer bij haar gezien had. Geheel onverwacht zei ze: “Ben jij Karen, ‘onze Karen’? Oh, maar die ziet mij graag”… Ik kan u vertellen dat ik op dat moment mijn tranen niet meer kon bedwingen. Mijn oma was – ondanks haar vergevorderde dementie – geen lege huls. Mijn oma en de band die we hadden, was er nog steeds. Alleen was het niet meer zo vaak dat dit tot uiting kwam.

 Het mensbeeld van de logotherapie helpt me om dit allemaal te begrijpen. Een mens is namelijk meer dan zijn lichaam, zijn verstand, gevoelens en gedachten. Er is een bepaalde wezenskern in elke mens, die niet zomaar verdwijnt, die niet ziek of gekwetst kan worden. In zijn lichaam, zijn taal en gedachten kan deze wezenskern van elke mens zich uitdrukken en in relatie tot de wereld en de mensen rondom hem staan. Dementie tast enkel deze mogelijkheid tot uitdrukken aan, maar laat de wezenskern van de mens onaangeroerd. Als je vanuit deze overtuiging contact probeert te maken met mensen in een vergevorderd dementieel proces, dan ga je op een andere manier op zoek via huid-en oogcontact; via zintuiglijke ervaringen probeer je vanuit jouw eigen wezenskern de andere persoon in zijn/haar wezenskern te ontmoeten.

Op deze manier naar de mens én in het bijzonder naar mensen met dementie kijken, heeft gevolgen. Het maakt dat je ervan uitgaat dat die persoon, die je zo graag ziet, niet zomaar verdwenen is door het dementieel proces, maar nog altijd daar aanwezig is. Alleen is het niet meer mogelijk om op de manieren van voorheen met elkaar te communiceren en contact te maken. Het lichaam en de geest van de persoon gaan stilaan, stap voor stap, achteruit. Maar de wezenskern, wie die persoon maakt tot wie hij/zij is, die blijft aanwezig. Zo naar mensen met dementie kijken, maakt dat je niet zomaar over hen heen gaat spreken, maar hen in de mate van het mogelijke blijft betrekken. Je blijft met hen in relatie gaan.

Deze visie komt in mijn aanvoelen meer overeen met mijn ervaringen met mijn oma en vele andere mensen met dementie. Het sluit ook meer aan bij de verhalen die naasten mij toevertrouwen. Regelmatig spreken ze over een ‘heropflakkering’, alsof de sluier van de dementie even wordt opgelicht en er kort contact mogelijk is met de persoon, zoals ze die vroeger kenden. Zo zijn er ook de fysieke reacties zoals tranen of een glimlach bij het uitspreken van liefdevolle woorden.  Ik denk ook aan de eigen gewaarwordingen, wanneer je intens oogcontact hebt met iemand die zich niet meer op een andere manier kan uitdrukken.

Daarom hou ik zo van de logotherapie. Omdat het mij een kader geeft om naar mensen en naar mezelf te kijken, een kader dat helpt om in verbinding te blijven… ondanks alles.